Begin november reden we naar de Vogezen om er enkele dagen gemzen te fotograferen. Er werd tijdens de rit al gedroomd van zonnige ochtenden met herfstkleuren. Maar op gemzenhoogte lagen de herfstbladeren al op de grond, en het weer werkte ook niet echt mee. Op één dag na kregen we enkel zware bewolking tot potdichte mist. Niet hetgeen waarvoor we kwamen. Dus de plannen om ook andere regio’s te bezoeken werden opgeborgen en we bleven een volledige week in de Vogezen, hopend op beter weer. De zon kregen we niet meer te zien, maar we werden de laatste dag wel beloond met sneeuw. Ook leuk! Het mooie ochtendlicht houden we met plezier voor een volgende keer.

Gems (Rupicapra rupicapra) Gems (Rupicapra rupicapra) Gems (Rupicapra rupicapra)
Gems (Rupicapra rupicapra) Gems (Rupicapra rupicapra) Bosflank in herfstkleuren

 

 

In oktober hadden we enkele westerstormen die drijvende voorwerpen op het strand lieten aanspoelen. Gaande van flessen tot grote losgeslagen boeien. Op zich niet bijzonder ware het niet dat er op verschillende voorwerpen
Grote eendenmossels gevestigd waren. Soms wel honderden. Dat toont aan dat die voorwerpen al een hele tijd op zee aanwezig waren en van ver uit de Atlantische oceaan kunnen komen. Eendenmossels hebben niets met mosselen te maken, maar behoren tot de kreeftachtigen en zijn nauw verwant aan zeepokken. Met hun rankpoten filteren ze plankton uit het zeewater om zich te voeden.
Nog straffer waren de tientallen Columbuskrabben die tussen grote pakketten eendenmossels aangetroffen werden. Deze krabben zien we maar zelden bij ons. Het is een oceanische soort die enkel op drijvende voorwerpen gevonden wordt zoals wierpakketten, drijfhout of artificiële voorwerpen. En dan heel vaak tussen eendenmossels.

Aangespoelde boei met Grote eendenmossels (Lepas anatifera) Drijvende fles met Grote eendenmossels (Lepas anatifera) Filterende Grote eendenmossel (Lepas anatifera)
Columbuskrab (Planes minutus) tussen Grote eendenmossels (Lepas anatifera) Columbuskrab (Planes minutus)
 

Langs onze kust komen heel wat soorten krabben voor. Om die diversiteit in beeld te brengen, fotografeerde ik de meest courante soorten op een zwarte achtergrond. Op onderstaande collage zijn volgende soorten terug te vinden: strandkrab, gewone zwemkrab, grijze zwemkrab, breedpootkrab, gewimperde zwemkrab, fluwelen zwemkrab, blauwpootzwemkrab, helmkrab, penseelkrab, blaasjeskrab, noordzeekrab, hooiwagenkrab, ruig krabbetje, nagelkrab, porseleinkrabbetje en harig porseleinkrabbetje.
Iedere krab werd zo beeldvullend mogelijk gefotografeerd voor optimale details, met tegenlicht voor dat tikkeltje extra, en met behulp van focus stacking voor een volledig scherp dier.

 

Eind augustus zaten we in het noorden van Spanje. We hadden eigenlijk maar één doelsoort: de Pyrenese desman.
De rest van de reis zouden we de kust afrijden, snorkelen, familie bezoeken en lekker niets doen. Maar door bosbranden en waakzame burgers hebben we de zoektocht naar de desman helaas vrij snel moeten opgeven. Resultaat: weinig gezocht, gefotografeerd en nog nooit zo uitgerust van reis teruggekomen. Wel een nieuwe soort kunnen fotograferen: de Cantabrische adder. Verder veel leuke mariene soorten gezien en op werkelijk iedere slaapplaats konden we de grote spitskop horen, een zuidelijke soort die naar het noorden oprukt en sinds kort ook in België te vinden is.

Cantabrische adder (Vipera seoanei) Zeekarper (Spondyliosoma cantharus) Grote spitskop (Ruspolia nitidula)
 

In 2012 reisde ik al eens naar Hongarije met als doel de bosslaapmuis te fotograferen. Veel leuke soorten gezien toen, maar ondanks alle inspanningen geen bosslaapmuizen. Dat bleef wat knagen, dus vertrok ik begin mei opnieuw naar Hongarije voor een tweede poging. Deze keer wel met succes!
Ook nieuw was de Westelijke blindmol. Dit zeldzaam knaagdier (geen mol dus) leeft permanent onder de grond in een uitgebreid gangenstelsel. Oorschelpen en ogen zijn daar overbodig, dus die ontbreken. Wat mottig om leuk op foto te krijgen, maar de ontmoeting met dit bijzondere dier is er toch eentje om nooit meer te vergeten.
Verder kregen andere leuke soorten die te vinden zijn in Oost-Europa uiteraard ook de nodige aandacht.

Bosslaapmuis (Dryomys nitedula) Westelijke blindmol (Nannospalax leucodon) Siesel op uitkijk (Spermophilus citellus)
Europese hamster (Cricetus cricetus) Knoflookpad (Pelobates fuscus) Siesel (Spermophilus citellus)
Brandmuis (Apodemus agrarius) Kleine hoefijzerneus verlaat keldertje (Rhinolophus hipposideros) Roodbuikvuurpad (Bombina bombina)
 

Op 29 oktober 2016 spoelde een Reuzenhaai (Cetorhinus maximus) levend aan op het strand van De Panne. Een poging van de brandweer en vissers om de haai vanuit de branding terug in zee te krijgen mislukte en het dier overleed wat later. De Reuzenhaai is de tweedegrootste vissoort ter wereld en bereikt een lengte van 6 tot 8 meter, met uitschieters tot 12m. Het aangespoelde mannetje was met zijn 5m nog een jong dier.
Het is uitzonderlijk dat zo’n grote haaien in onze kustwateren zwemmen. Door de vele zandbanken die diepe met ondiepe stukken afwisselen geraken ze gedesoriënteerd wat zoals hier fataal kan aflopen.
Een andere bijzondere vissoort waarvan strandingen minder zeldzaam zijn tijdens de wintermaanden is de Maanvis (Mola mola). Deze soort leeft in warmere wateren en geraakt in de problemen wanneer ze in onze koudere ondiepe Noordzee terecht komt. Op 17 januari 2017 spoelde een exemplaar aan in De Panne. Eén van de vijf die deze winter op onze Vlaamse stranden terechtgekomen zijn.

Reuzenhaai (Cetorhinus maximus) Reuzenhaai (Cetorhinus maximus) Maanvis (Mola mola)
 

Om enkele kritieke soorten in West-Vlaanderen te behoeden van verdere achteruitgang, is de provincie bezig met het opmaken van soortactieplannen. Acties rond de vinpootsalamander, geelgors en eikelmuis zijn lopende en binnenkort komt daar ook de kamsalamander bij. Om hun werking te illustreren kreeg ik de opdracht een beeldenreeks van eikelmuis en kamsalamander te maken. Hieronder enkele van die beelden.

Eikelmuis: een zeldzaam knaagdier dat veelal in bomen en struiken leeft en een winterslaap houdt. Ze zijn verzot op fruit en komen dikwijls in de buurt van woningen. In West-Vlaanderen komt deze soort enkel in het zuiden van de provincie en aan de westkust voor. Vaak in geïsoleerde populaties. Sinds kort staat het dier op de rode lijst.

Eikelmuis (Eliomys quercinus) Eikelmuis (Eliomys quercinus) Eikelmuis (Eliomys quercinus)
Eikelmuis (Eliomys quercinus) Eikelmuis (Eliomys quercinus) Eikelmuis in winterslaap (Eliomys quercinus) Eikelmuis (Eliomys quercinus)

Kamsalamander: onze grootste inheemse watersalamander is helaas ook de zeldzaamste. Tijdens de voorplantingsperiode krijgen de mannetjes een imposante kam op hun rug waarmee ze vrouwtjes het hof maken.
De verspreiding van de kamsalamander is duidelijk gefragmenteerd, maar in West-Vlaanderen komen nog belangrijke concentraties voor in de duinen en het zuidwesten van de provincie. De soort is Europees beschermd.

Kamsalamander mannetje (Triturus cristatus) Kamsalamander vrouwtje (Triturus cristatus) Kamsalamander larve (Triturus cristatus)
Kamsalamander komt lucht happen (Triturus cristatus) Kamsalamander steekt straat over (Triturus cristatus) Kamsalamander mannetje (Triturus cristatus)
 

Begin juli reisden we naar Slovenië. Ik had enkele doelsoorten die ik voor de lens wou krijgen. Dus zochten we doelbewust naar zandadders en alpenlandsalamanders, stonden we voor dag en dauw op voor het pimpernelblauwtje en haalden we de snorkel uit voor de zoetwaterslijmvis.
Maar dé soort van de reis kwam toch onverwacht: een lynx, overdag en vlakbij! Helaas zonder camera bij de hand…

We kropen ook enkele keren ondergronds op zoek naar troglobieten. Dat zijn dieren die permanent in grotten leven. Er werd vooral gezocht naar twee iconische soorten: de grottenolm en de langnekgrottenkever. Beiden endemisch voor het Dinarisch karstgebied. Dat de olm een iconische grottenbewoner is spreekt voor zich. Het gaat hier om een salamander die permanent onder water leeft en daardoor ook in het adulte stadium kieuwen heeft. Door het leven in totale duisternis hebben de dieren geen pigment en ogen.
De langnekgrottenkever, ook blind trouwens, heeft zijn iconische status te danken aan het feit dat dit dier in de 19de eeuw als eerste troglobiet beschreven werd*. Het ontstaan van de biospeleologie was hierbij geboren. De ontdekking van vele andere troglobieten volgden. En ook deze kwamen we tegen: grottenpissebedden, -miljoenpoten, -spinnen,
-wormen, -sprinkhanen en zelfs grottengarnalen. Allemaal aangepast aan een koele, donkere leefomgeving.
* De olm werd al in 1768 beschreven, maar werd toen nog niet als permanente grottenbewoner beschouwd.

Zandadder (Vipera ammodytes) Zoetwaterslijmvis (Salaria fluviatilis) Eikenpijlstaart (Marumba quercus)
Langnekgrottenkever (Leptodirus hochenwartii) Grottenolm (Proteus anguinus) Zwemmende grottenolm (Proteus anguinus)
Grottenolm (Proteus anguinus) Beenderresten en hoektand van de uitgestorven holenbeer (Ursus spec.) Morimus funereus Pimpernelblauwtje (Phengaris teleius)
Alpenlandsalamander (Salamandra atra) Grottenpissebed (Titanethes albus) Grottensprinkhaan (Troglophilus cavicola)
 

Voor de derde keer op rij zat ik met het beste springtij van het jaar in Bretagne. In de Golfe du Morbihan deze keer. Leuk voor soorten met een wat zuidelijker verspreidingsgebied. Zoals gewoonlijk ging m’n aandacht vooral naar visjes en zeenaaktslakken. De vondst van enkele Montagu’s blennys op dag 1 deed de reis alvast goed starten. En met 11 soorten zeenaaktslakken hoor je mij ook niet klagen. Wat een diversiteit daar in Bretagne!

Gehoornde slijmvis (Parablennius gattorugine) Montagu's blenny (Coryphoblennius galerita) Shore rockling (Gaidropsarus mediterraneus)
Oog van de Zwartooglipvis (Symphodus melops) Haarster (Antedon bifida) Edelsteenanemoon (Aulactinia verrucosa)
Slanke ringsprietslak (Facelina auriculata) Chromodoris krohni of 'Mega-Mindy-slak' ;) Limacia clavigera
 

Grijze zeehonden brengen een groot deel van het jaar solitair door. Maar aan het begin van de winter worden de jongen geboren en breekt de paarperiode aan, waarvoor ze samen komen op rustige stranden. Zo’n moment wilde ik al even meemaken, dus reisde ik met Jan Ranson naar het eilandje Düne vlakbij Helgoland, zo’n 55 km van de Duitse kust.

De pups worden geboren met een warme witte vacht en blijven samen met de moeder aan land. Al zogend groeien ze de eerste twee tot drie weken tot wel 30 à 40 kg. Een hele investering voor de moeder die deze periode niet of nauwelijks eet. Na deze korte zoogperiode wordt het jong door de moeder verlaten. Ondertussen maakt de witte vacht plaats voor een waterdichte zeehondenvacht en enige tijd later kan het jong voor het eerst in het water om zelfstandig voedsel te zoeken.

Grijze zeehond vrouwtje (Halichoerus grypus) Grijze zeehond pup (Halichoerus grypus) Grijze zeehond mannetje (Halichoerus grypus)
Grijze zeehond bij zonsopkomst (Halichoerus grypus) Grijze zeehond pup (Halichoerus grypus) Grijze zeehond jong (Halichoerus grypus)
Grijze zeehond pup (Halichoerus grypus) Grijze zeehond mannetje (Halichoerus grypus) Grijze zeehond pup (Halichoerus grypus)